Je hebt een aanbesteding gewonnen en de aanbestedende dienst heeft jouw organisatie als voorlopige winnaar aangewezen. Vervolgens krijg je te maken met een verliezende concurrent die besluit een kort geding aan te spannen tegen de aanbestedende dienst, om de gunning van de opdracht aan jouw organisatie tegen te houden. Wat nu?
Als winnende inschrijver is het van belang om goed na te denken over het eventueel nemen van vervolgstappen. Eén van die stappen kan zijn om mee te doen aan het kort geding van de verliezende inschrijver (dat wordt ook wel ‘interveniëren door middel van tussenkomst of voeging’ genoemd). Wat houdt dat precies in en waarom zou je dit als winnende inschrijver moeten overwegen? Dat lees je hier.
Waarom kan interveniëren van belang zijn?
Voor een voorlopige winnaar in een aanbesteding kan een kort geding dat is aangespannen door een verliezende inschrijver grote gevolgen hebben. Als de rechter het bezwaar van de verliezende partij gegrond acht, zou dit ertoe kunnen leiden dat de winnende inschrijver de opdracht alsnog kwijtraakt. Zo kan de aanbestedende dienst bijvoorbeeld worden gedwongen de inschrijvingen opnieuw te beoordelen, met een mogelijke andere uitkomst van de aanbesteding tot gevolg. Ook kan de rechter beslissen dat de aanbestedende dienst de voorlopige gunning aan de winnende inschrijver moet intrekken en de inschrijving van de winnaar ongeldig moet verklaren.
Door zich als derde partij in het kort geding te mengen vergroot je als winnende inschrijver de kans dat de rechter de gunning in stand houdt en niet ingrijpt in het voordeel van de verliezende partij. Tijdens het kort geding heb je als winnende inschrijver immers de gelegenheid om uit te leggen waarom de voorlopige gunning wel degelijk terecht is. Je kan dus invloed uitoefenen op de uitkomst van het kort geding en ervoor kan zorgen dat de gunning in stand blijft.
Het kan voorkomen dat de verliezende inschrijver onterecht bezwaar maakt, maar als je als winnende inschrijver niet ingrijpt kan de rechter onbedoeld (toch) in het voordeel van de verliezende inschrijver beslissen. Door tijdig in actie te komen, kan je de kans vergroten dat je niet achteraf wordt geconfronteerd met een ongunstige uitspraak. Als de winnende inschrijver ervoor kiest niet mee te doen aan het kort geding, is het doorgaans niet meer mogelijk om in een later stadium alsnog tegen de uitkomst van dat kort geding op te komen.
Toch is interveniëren niet altijd zinvol voor een winnende inschrijver. Dat is bijvoorbeeld het geval als het bezwaar van de verliezende inschrijver zich richt tegen de opzet van de aanbestedingsprocedure of tegen de beoordeling van de eigen inschrijving van de verliezende inschrijver. Als winnende inschrijver kun je daar immers inhoudelijk vaak niet veel over zeggen.
In iedere situatie zal dus een aparte afweging gemaakt moeten worden of meedoen aan een kort geding door middel van tussenkomst of voeging de moeite waard is.
Welke acties zijn nodig?
Tijd is van essentieel belang als het gaat om kort gedingen in aanbestedingen. Wanneer een verliezende inschrijver een kort geding aanspant zal de zitting vaak binnen een paar weken plaatsvinden. Het is noodzakelijk om de rechter uiterlijk 24 uur vóór de zitting te verzoeken of mag worden geïntervenieerd in het kort geding. Dit gaat door middel van een zogeheten ‘incidentele conclusie tot tussenkomst of voeging’, die moet worden ingediend door een advocaat. In het verzoek moet worden toegelicht dat de winnende inschrijver belang heeft bij de uitkomst van de zaak, omdat zij haar opdracht mogelijk kan verliezen.
Naast het opstellen van deze incidentele conclusie zal er tijd nodig zijn om de zitting goed voor te bereiden en daarover afstemming te hebben met de aanbestedende dienst. Daarom is het belangrijk om snel te handelen, zodat je als winnende inschrijver niet de kans verliest om jouw belangen te verdedigen.
Wat is het verschil tussen tussenkomst en voeging?
Tot slot leggen we uit wat het verschil is tussen tussenkomst en voeging. Beide zijn manieren voor een winnende inschrijver om zich te mengen in een juridische procedure die niet direct over hem gaat, maar wel zijn belangen raakt.
Tussenkomst betekent dat de winnende inschrijver zich als zelfstandige partij in de zaak mengt en een eigen vordering kan instellen tegen één van de procespartijen. In aanbestedingskwesties kan dit betekenen dat de winnende inschrijver de rechter verzoekt de vorderingen van de verliezende inschrijver af te wijzen en de aanbestedende dienst te veroordelen de opdracht volgens de voorlopige gunningsbeslissing aan jouw organisatie te gunnen (als zij de opdracht nog wenst te vergeven).
Voeging betekent dat de winnende inschrijver als derde partij aansluit bij een van de procespartijen in het kort geding. Zo kan de winnende inschrijver zich aan de zijde van de aanbestedende dienst scharen om zijn verdediging in het kort geding te versterken. De winnende inschrijver ondersteunt in dit geval de standpunten van de aanbestedende dienst, maar heeft geen zelfstandige positie in de procedure.
De advocaat die de zaak behandelt zal adviseren welke route het beste is.
Tot slot
Als winnende inschrijver is het belangrijk om altijd voorbereid te zijn op mogelijke juridische stappen die de verliezende partij tegen de aanbestedende dienst kan ondernemen. Interveniëren in het kort geding van de verliezende inschrijver kan helpen de voorlopige gunning te beschermen en juridische risico’s te beperken.
Heb je behoefte aan bijstand in een kort geding of twijfel je of het zinvol is om te interveniëren? Neem contact op met ons Expertteam Aanbesteden & Kort geding! Wij voeren kosteloos een quickscan uit om te beoordelen of tussenkomst of voeging zinvol is.